Népliget Park in de Hongaarse hoofdstad Boedapest is niet één van de grote toeristische attracties die de stad te bieden heeft. Het grote ‘Volkspark’, waarvan de hoogtijdagen toch echt nog dateren uit de tijden van het IJzeren Gordijn, is soms groezelig, veelal slecht onderhouden en enorm uitgestrekt, wat de gezelligheid niet ten goede komt.

Toch is het park populair bij alle lagen van de bevolking. Niet alleen kom je er hardlopers, fietsers, wandelaars en hondenbezitters tegen; ook telt het park drie tennisparken, een elektriciteitsstation, een in onbruik geraakt stadion, een nachtclub en een planetarium. In een rustiger gedeelte van het park hebben zelf enkele dames van lichte zeden hun plek gevonden. Daarbij worden lange, breden paden afgewisseld met kleine paadjes. Meerdere malen zijn geasfalteerde stroken te zien die nergens naar leiden of afgesloten zijn met betonblokken.

Doodlopend pad in Nepliget Park

Kortom: een vreemde combinatie, maar liefhebbers van een potpourri  aan verschillende mensen komen hier wel aan hun trekken. Toch valt er in ieder geval een verklaring te vinden voor de soms vreemde lay-out van de paden. In dit park werd in 1936 namelijk de Grand Prix van Hongarije verreden.

Formule 1

Formule 1-baas Bernie Ecclestone was in het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw vastbesloten om een race achter het IJzeren Gordijn te organiseren. Zijn doel was om de Formule 1 uit te laten groeien van een op Europa gerichte sport naar een wereldwijde variant. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. De Koude Oorlog leek op dat moment echter nog lang niet ten einde en dus leken zijn ambitieuze plannen iets teveel van het goede.

Het is geen verrassing dat Ecclestone in de eerste instantie de Sovjet-Unie op het oog had. In 1983 liet hij, zelfverzekerd als hij was, de Grote Prijs van de Sovjet-Unie alvast opnemen op de voorlopige racekalender. Daarbij stelde hij de Sovjets ook enkele miljoenen dollars in het vooruitzicht. Ondanks het zelfvertrouwen van Ecclestone ketste de deal uiteindelijk af op een hoop bureaucratische rompslomp. De handel met de Sovjet-Unie lag, midden in de Koude Oorlog, nogal gevoelig en een Formule 1-race organiseren bleek hierbij een brug te ver. Hierbij ging het gerucht dat de deal uiteindelijk afketste op één punt: het wel of niet laten racen over het beroemde Rode Plein in Moskou.

Geen Sovjet-Unie, wel Hongarije

Ecclestone liet zich echter niet zomaar uit het veld slaan. De Formule 1-tycoon ging op zoek naar een ander land in het Oostblok, waarbij hij al snel bij Hongarije uitkwam. Dat land was weliswaar een communistische satellietstaat van de Sovjet-Unie, maar van alle landen uit het Oostblok wel het land dat zich het meest openstelde voor handel met West-Europa. Bovendien zag de Hongaarse regering in de Formule 1 een mooie mogelijkheid om het land te promoten en meer toeristen te verleiden tot een bezoek aan het land.

In 1984 en in 1985 werden er diverse voorstellen gedaan voor de locatie van de race. De Grote Prijs van Hongarije zou in eerste instantie moeten plaatsvinden op een stratencircuit in Boedapest, in de buurt van het Varosliget park. Omdat dit niet haalbaar bleek, was een volgende optie voor Ecclestone Népliget Park, ‘Het Park van het Volk’, midden in het centrum van Boedapest. Op het eerste gezicht was dit geen locatie waar je de F1 zou verwachten. De reden hiervoor werd pas duidelijk toen men over de vergeten Grand Prix van 1936 begon, die al eens op deze locatie verreden was.

Népliget Park

Een voorstel voor een race in Népliget Park in 1984 haalde het echter niet, evenals twee voorstellen in 1985. Later dat jaar verbood het stadsbestuur van Boedapest uiteindelijk om Népliget Park te gebruiken voor de Formule 1. Dat de plannen om opnieuw een Grand Prix te organiseren in het park sneuvelden, had mede te maken met het feit dat een flink aantal bomen gekapt zou moeten worden; ongeacht de diverse nieuwe lay-outs die ter tafel kwamen voor het circuit. De vele bomen in het ‘Park van het Volk’ stonden echter te boek als nationaal monument en kap hiervan was daardoor geen reële optie.

Na het afhaken van Népliget Park als locatie, werd er gekeken naar de bouw van een permanent circuit bij het Velencei-meer ten zuidwesten van Boedapest. Een idee dat in Hongarije al in 1974 was geopperd. Dit vond Ecclestone echter te ver van Boedapest verwijderd. Al snel werd daardoor besloten tot de bouw van een geheel nieuw circuit: De Hungaroring. Het circuit werd vervolgens in acht maanden uit de grond gestampt en zag haar eerste Formule 1-race in 1986. Daarmee was het circuit het eerste Formule 1-circuit achter het toenmalige IJzeren Gordijn. Het circuit was overigens een trap tegen het zere been van de Hongaarse minister van Defensie Lajos Czinege, die het gebied gebruikte om te jagen.

De Hongaarse GP van 1936

Tot de Grote Prijs van Hongarije in 1986 was de GP in 1936 dus de enige in Hongarije. De race werd gewonnen door de Italiaan Tazio Nuvolari, die zo de coureurs van de in die tijd oppermachtige Mercedes en Auto Union (gesteund door de overheid van Nazi-Duitsland) het nakijken gaf in 50 rondes van 5 kilometer. De Duitser Bernd Rosemeyer werd tweede, de Italiaan Achille Varzi derde.

De Hongaarse coureur László Hartmann, die door de Hongaarse autosportbond was ingezet om een GP in Hongarije te promoten, kwam door een niet al te beste voorbereiding niet verder dan een zevende plaats. Twee jaar later liet Hartmann overigens het leven, na een ongeval tijdens de GP van Tripoli.

Poster GP van Hongarije in Nepliget Park

De GP van Hongarije werd na die eerste, vroege, editie, nooit meer verreden tot aan 1986. Hoewel er ongeveer 100.000 toeschouwers op het spektakel afkwamen, zorgde de communistische overheersing en de Tweede Wereldoorlog lang voor een autosportluwe periode. Pas aan het begin van de jaren ’60 werd er weer geracet in Népliget Park.

ETCC

Eerst werd er alleen nog met motoren geracet in Népliget Park, maar vanaf 1966 ook weer met auto’s. Onder meer het ETCC (European Touring Car Championship) werd hier in 1966, 1967, 1969 en 1970 verreden. Daaraan deden onder meer Nederlanders Ed Swart, Toine Hezemans, Rein Zwolsman, Rob Dijkstra en Gijs van Lennep mee. Van Lennep won hier zelfs in 1969; Toine Hezemans deed hem dit een jaar later na. Deze races werden deels op het originele circuit van 1936 verreden. Tot en met 1972 werd er nog geracet in het park in Boedapest; daarna was de pret definitief over.

Poster ETCC in Nepliget Park

De nog bestaande lay-out

Het grote park werd gesloten voor autoverkeer. Het circuit was verleden tijd en werd permanent omgetoverd in wandelpaden en openbare wegen. Toch spreekt de Grote Prijs van toen nog tot de verbeelding. Dat heeft mede te maken met het feit dat vrijwel de volledige lay-out van het circuit uit 1936 er nog steeds ligt.

Wie anno 2021 door Népliget Park loopt, kan het volledige parcours uit 1936 lopen, op een enkel stukje na. De paden in het grote park die deel uitmaakten van het circuit, hebben zelfs vaak nog dezelfde afmetingen. En dat is opvallend voor een park waar verder geen auto’s meer rijden (op o.a. het oude rechte stuk van de start/finish na, dat het park met een drukke weg in tweeën splitst). Met een beetje inlevingsvermogen kan je de Ferrari’s, de Zilverpijlen en de Auto Unions nog zien racen.

Stoeprand in Nepliget Park

Behalve de lay-out is er heden ten dage niks tastbaars meer aanwezig van iets dat doet denken aan het circuit van vroeger. Alhoewel: als je heel goed oplet, vind je toch nog een hele kleine aanwijzing uit vroegere racetijden. Op enkele plekken zie je dat delen van sommige stoepranden nog sporen van witte verf bevatten. Voor de liefhebbers van een beetje nostalgie een tastbare herinnering aan de allereerste Grote Prijs van Hongarije.

Coverfoto: Copyright Bundesarchiv Bild